Kleedruimte



Vreemde dingen, kleedruimtes op een sportclub. Ze zijn bedoeld voor sporters om zich om te kleden. En ze fungeren als opvangruimte van natte sporters die net gedoucht hebben. Om hygiënische redenen is het handig dat ze betegeld zijn, en zo min mogelijk hoeken of gaten hebben waar het vuil zich kan ophopen. Toch zijn veel kleedruimtes relatief een bende.

Hier ligt ook van alles. Papiertjes, verpakkingsmateriaal, grote vellen flip-overpapier achter de deur in de hoek. Een coach heeft met zijn team de strategie besproken. In de volgende ruimte is nog net het voorwiel van een fiets te zien.

De ruimte is niet echt gezellig te noemen. Kennelijk is dat niet de bedoeling, dat een kleedruimte een gezellig sfeer heeft. Voor je lol ga je er niet zitten. Daar ligt nog een hele uitdaging voor architecten. Maar een mooi plaatje is zo’n ruimte dan weer wel, op de een of andere manier.

Plooitjes




Teamoverleg voor de oefenwedstrijd. Je moet er niet aan denken dat de vrouwen van Oranje nog in stoffige plooirokjes liepen. Het stond wel keurig, zo’n rokje, zeker omdat het tot net boven de knie reikte. Maar het ondergoedprobleem bij opwaaiende wind was er ook. En de plooien refereerden meer aan een high tea dan aan tophockey.

Die duffe overhempjes en broekjes met lange pijpen bij de heren zijn intussen ook een stuk flitsender geworden. Sponsors zijn er blij mee. Want de moderne strakke kleding laat de reclame goed uitkomen.

In de sport doet men niet aan seksediscriminatie als het om reclame gaat. Daarom wordt tegenwoordig ieder vlak benut. Ook de oranjevrouwen (veelal meisjes trouwens) hebben dus een geheel bedrukbare achterkant. Nu maar hopen dat ze veel gaan winnen!

Plasromantiek



Een van de meest romantische openbare toiletten van Nederland staat in het Bredase park Valkenberg. Bij nacht is het werkelijk een plaatje. Ik heb de voorkant niet eens durven bekijken, bang teleurgesteld te worden. Wildplassen met zo’n ding in je beurt wil je toch niet meer?

Raar woord trouwens, wildplassen...

Zonder handen



Enkele dagen terug heb ik mijn ballondoop gehad. En zoals ze zeggen speelt hoogtevrees totaal niet op in zo’n mand. Geheel relaxt heb ik rondgekeken en foto’s gemaakt. Zonder me met klamme handen aan de mandrand vast te klampen. Zelfs het dalen en opstijgen was een fluitje van een cent. Wonderbaarlijk hoeveel trekkracht iets simpels als hete lucht heeft.

De omstandigheden scheppen een tijdelijke band met je medeballonvaarders. Iedereen is min of meer euforisch over wat er te zien is. De piloot, een doorgewinterde ballonrot, hield de sfeer er in met ballonvaardersgrappen en hier en daar toelichting over wat er te zien was. Geheel windstil trok het miniatuurlandschap onder ons voorbij.

Eenmaal beneden werd alles weer ingepakt en op de trailer geladen. In een ruige Landrover gingen we weer retour naar het startpunt. Jammer dat het maar zo kort duurde. Het gezelschap drinkt nog wat, praat nog wat, en breekt weer op in anonimiteit. Zullen we elkaar over een jaar nog herkennen?

Verboden



Dat moet dan toch wel een heel bijzondere plek zijn als je er niet mag fotograferen, Bataviastad. Dit bolwerk van consumentisme stond gisteren zelfs in de Volkskrant. Met foto’s, want voor de krant mag dat dan weer wel. Maar toch vroeg ik me af waar ze nu bang voor zijn, daar bij Bataviastad. Bedrijfsspionage? Of willen ze het publiek ongestoord zijn aankopen laten doen?

Grappig genoeg worden fotografen van familietafereeltjes oogluikend toegestaan. Want tja, klanten jaag je niet weg. Raadselachtig dorp, dat Bataviastad!